Wie aan sport denkt, denkt eerder aan voetbal of wielrennen dan aan pierbollen, kolven, jensen, neutnschaitn, gaaibollen, kaaibakn, wipschieten, mastklimmen, katknuppelen of hanenkraaien. Toch zijn dét juist sporten die al vele eeuwen in Nederland beoefend worden, ook al is het op (zeer) kleine schaal. Sinds 1997 probeert de Stichting Traditionele Sporten en Spelen deze en vele andere kleine sporten te bewaren. Want het gaat om cultureel erfgoed en daar moeten we zuinig op zijn, vindt Halbo Bosker, bestuurslid van de stichting.
In een klein kamertje op de eerste verdieping van zijn woning verhaalt Halbo Bosker enthousiast over de traditionele sporten en spelen. Het stoort de voormalige beroepsmilitair dat er vaak met enig dédain wordt gesproken over de kleine sporten. Ook in deze krant, stelt Bosker, en hij haalt een artikel over een jenswedstrijd in Gemert uit zijn archief ter ondersteuning van zijn stelling. 'Een slecht verhaal, de toon is neerbuigend. Waarom worden de deelnemers aan die wedstrijd niet serieus genomen? Waarom snapt de verslaggever niet dat zij vol overgave hun sport beoefenen, ook al is het maar een kleine sport? Jensen is levend erfgoed en daar moet ook een krant respectvol mee omgaan.' Jensen. Het is voortgekomen uit het beugelen, dat dus nog ouder is. Biljarten is weer voortgekomen uit het jensen. Beugelen wordt al sinds de veertiende eeuw gedaan, eerst op lemen vloeren. Dat zorgde voor vuile kleding. Daarom werd een variant op het beugelen bedacht: beugelen op tafels. En dat noemt men jensen. Deze oersport is in een aantal dorpen in Zuid-Oost Brabant bewaard gebleven, onder meer Gemert, De Mortel en Brouwhuis. 'Alleen in die omgeving. En verder nergens meer, voor zover ik weet', zegt Bosker. Hij pakt weer een map uit zijn archief en laat een afbeelding zien van Frederik Hendrik, de zoon van Willem van Oranje, actief aan de jenstafel. Het waren niet de eersten de besten die de jenssport beoefenden. Het jensen is eeuwen ouder dan de populaire sporten van tegenwoordig, en ook de Stedendwinger speelde blijkbaar - tussen de oorlogshandelingen tijdens de Tachtigjarige Oorlog door - graag een potje jensen op zijn tijd.
Beschermd
De moeder van het jensen, het beugelen, heeft inmiddels zelfs een beschermde status gekregen. Op het Wereldfestival van Traditionele Sporten en Spelen in Hannover, twee jaar geleden, is het beugelen op de Werelderfgoedlijst geplaatst, samen met nog negen andere sporten. Het beugelen is de enige Nederlandse sport op de lijst. De andere zijn wushu (Chinese vechtsport), basque strength (Franse krachtsport), lion dance (danssport uit Hong Kong), kobudo (Japanse vechtsport), thaiba dance (een bij de Stichting nog onbekende sport uit Senegal), korean dance (Koreaanse verzameling dansen), tarahumara (Mexicaanse sport waarbij een houten blok met de voet over lange afstand wordt voortgedreven) en children games (traditionele kinderspelen uit Portugal). Met name in het zuiden en in delen in het noorden en oosten van Nederland zijn relatief veel oude sporten en spelen bewaard gebleven. Dat is geen toeval. Volgens Bosker zijn na de Opstand tegen Spanje, in 1568, door de opkomst van het calvinisme, veel traditionele sporten en spelen verboden. In het katholieke zuiden en in de andere gebieden die nauwelijks meedeelden in de Gouden Eeuw bleven ze wèl bestaan. Overigens heeft ook de Franse Tijd niet alleen veel van de oude adel maar ook veel oude sporten de kop gekost.
Weerstand
Om wat er nog over is aan oer-Hollandse sporten en spelen te bewaren, is in 1997 de Stichting Traditionele Sporten en Spelen opgericht. 'Eind jaren tachtig was er een tendens om de kleine sportbonden uit het NOCNSF te gooien', aldus Bosker. 'Het NOCNSF werd gedomineerd door de grote bonden. Om daar weerstand aan te bieden, hebben we met vallen en opstaan onze stichting opgericht. We willen de traditionele sporten bewaren en versterken en bovendien onderzoek doen naar deze sporten en spelen. Wij willen ook buitengewoon lid worden van het NOCNSF. Gewoon lid worden kan niet, onze stichting doet niet aan sport, organiseert geen competities, maar is een serviceverlenende instantie met een sterk regionaal of plaatselijk karakter.' Ook de stichting wist eigenlijk niet waaraan ze begon. De bestuursleden hadden geen idee hoeveel verschillende sporten en spelen er in dit land bestaan. Daarom werd een enquête gehouden. Bosker: 'Daarop hebben mensen gereageerd en zijn we allerlei sporten en spelen op het spoor gekomen. Het verbaasde ons dat Nederland zo rijk is aan sporten en spelen.'
Keukentafel
De meeste traditionele sporten en spelen worden 'vanaf de keukentafel' georganiseerd. Bosker: 'Niet dat het niet vakkundig of enthousiast gebeurt, dat is absoluut wèl het geval. Maar waar de grote bonden een professionele leiding hebben, die via hun contacten alle mogelijke gelden binnenslepen, moeten de kleine sporten het met vrijwilligers doen. Gemoedelijk en genoeglijk.' Het was een hele toer voor de stichting om aan inkomsten te komen. Uiteindelijk kreeg ze steun van het NOCNSF en het Nederlands Centrum voor Volkscultuur. De Stichting brengt elk jaar een kalender uit (oplage: 3000 stuks) met daarop alle bij haar bekende wedstrijden in traditionele sporten en spelen. Verder wordt jaarlijks een 'dag van de traditionele sport' georganiseerd. Ook is er een lespakket voor basisscholen samengesteld. Bosker ziet de toekomst voor de kleine sporten met vertrouwen tegemoet. 'Er komt weer meer belangstelling voor het oude. De informatiemaatschappij brengt onrust bij de mensen. De mensen zoeken weer geborgenheid bij oude gebruiken en monumenten maar ook bij oude sporten en spelen.'